Home

Begrippenlijst

Als u op zoek bent naar een foto- of videocamera, of iets anders op dit gebied, dan komt u heel wat benamingen en (technische) begrippen tegen. Maar wat is nou precies autofocus, spiegelreflex, een digitale fotocamera, optische zoom of witbalans? Bent u het even kwijt, dan vindt u hier een toelichting. Handig en helder.

A/D-converter

Analoog-digitaalomzetter, ook analoog-digitaalvormer genoemd. Een apparaat dat een analoog signaal omzet in een digitaal signaal. Een A/D-converter in een digitale camera zet door de lichtgevoelige chip geregistreerde informatie om in digitale informatie, die in een geheugen kan worden opgeslagen.

APS-camera

De APS-camera, verkrijgbaar als compact en spiegelreflex, is ontwikkeld op grond van de Advanced Photo System-techniek. Daarbij worden zeer kleine filmcassettes gebruikt, met als gevolg dat ook de camera zelf uiterst compact en licht kan worden gebouwd. De camera heeft een ingebouwde flitser, het extra veilige drop-in-filminlegsysteem en de mogelijkheid om informatie aan de opnamen toe te voegen die later achterop de foto's wordt afgedrukt. De voordelen van dit cameratype zijn de mogelijkheden om tijdens het fotograferen te kiezen uit drie beeldverhoudingen - Classic (3:1), HDTV (16:9) en Panorama (3:1) - en om tussentijds van filmcassette te wisselen. Het gebruiksgemak zit hem niet alleen in de (vol)automatische bediening, maar ook in het kleine cameraformaat en het geringe gewicht.

Artefact

Ongewenste pixels of patronen in digitale beelden die als gevolg van een compressiealgoritme of door elektronische interferentie ontstaan. Een JPEG-bestandsformaat is erg gevoelig voor artefacten, omdat het compressiealgoritme van dit opslagformaat informatie verliest naarmate zwaarder gecomprimeerd wordt.

Autofocus

Een geavanceerde methode van scherpstellen bij fotograferen. Autofocusobjectieven stellen zichzelf scherp op grond van waarnemingen van sensoren. Ze geven in het zoekerbeeld met lampjes en pieptoontjes aan of dit optimaal is gerealiseerd.

AVI

Een bestandsformaat voor videobanden. AVI, MPEG en QuickTime zijn de meest gebruikte videotechnologieën voor het afspelen van videobestanden op pc's. In AVI zijn de beelden en de geluidsgegevens door elkaar heen opgeslagen.

Batchen

Het herhaaldelijk uitvoeren van een computeropdracht op verschillende bestanden. Bijvoorbeeld dezelfde fotobewerking op verschillende foto's toepassen.

Beeldstabilisator

De beeldstabilisator is een technische voorziening die ervoor zorgt dat zelfs met een bewegende (digitale) camera toch scherpe beelden worden gemaakt. Zeker met een zoomlens in telestand zijn (video)camera's moeilijk stil te houden. In dat geval zet een optische beeldstabilisator in de lens tijdens het opnemen de beelden stil, door bewegingen op te vangen en te corrigeren. Er bestaat ook een elektronische beeldstabilisator die de correctie op de beeldchip in de camera tot stand brengt.

Bestandsformaat

Veel computerprogramma's gebruiken een eigen bestandsformaat. Denk bijvoorbeeld aan Word van Microsoft. Ook grafische programma's kennen hun eigen formaten om beelden/foto's op te slaan: TIFF, GIF, JPEG en BMP.

Bit

Bit staat voor binary digit. Dit is de kleinste waarde van het binaire stelsel, het stelsel waarmee elke (computer)processor werkt. Er zijn maar twee bitswaarden: 0 en 1.

Bitdiepte

Het aantal bits dat per pixel wordt gebruikt om informatie op te slaan. Een bitdiepte van 1 betekent alleen zwart en wit.

Bitmap

Een verzameling beeldpunten of pixels in een vierkant of rechthoekig formaat. Het is een afbeelding, al dan niet in kleur, die kan worden opgeslagen in een bestandsformaat als BMP, TIFF of JPEG.

Brandpunt

Punt waarin lichtstralen elkaar snijden na breking door een lens.

Brandpuntsafstand

Dit is de afstand van het brandpunt tot het midden van de lens, aangeduid in millimeters. Bij kleinbeeldcamera's gebruiken we 50 mm om het meest natuurgetrouwe beeld te krijgen. Hogere waarden duiden op meer telelens, kleinere op meer groothoeklens. Bij digitale camera's is het beeldoppervlak kleiner, waardoor over kleinere getallen wordt gesproken (vaak 6 of 8 mm).

Byte

1 byte is 8 bit. Hiermee kun je 256 kleuren weergeven.

Camcorder

Ander woord videocamera.

Capture-kaart

Met een capture-kaart kun je videobeelden op een pc overzetten. Vaak is het een uitbreidingskaart die je achterin je pc plaatst. Er zijn ook capture-stations die via een FireWire-kaart werken.

CCD

CCD staat voor Charged Coupled Device. Dit is de lichtgevoelige sensor in de digitale camera die licht omzet in elektrische signalen die na verdere bewerking uiteindelijk leiden tot een digitaal beeld.

CMYK

Staat voor Cyaan, Magenta, Yellow en Black, oftewel blauw, rood, geel en zwart. Dit zijn de standaardkleuren die worden gebruikt bij het drukken van een kleurafbeelding. Door deze kleuren met elkaar te mengen kan een breed scala aan kleuren worden afgedrukt.

Compactcamera

De compactcamera is klein van omvang en licht van gewicht en heeft een doorzichtzoeker boven de (zoom)lens. Tal van functies gaan automatisch, zoals scherpstelling, belichting, flitsen met rode-ogen-reductie, filminleg, filmgevoeligheidsinstelling en filmtransport. De voordelen van dit cameratype, veelal met ingebouwde flitser, zijn de eenvoudige bediening en het grote meeneemgemak. De compactcamera is dan ook zeer geschikt voor het gebruik van alledag, zowel in en rond het huis als tijdens dagjes uit en op vakantie. Voor mensen die het niet in de eerste plaats gaat om het bezig zijn met fotograferen maar om gewoon fraaie foto's.

CompactFlash

Een klein verwisselbaar opslagmedium voor digitale informatie. Er zijn twee types; de dikte maakt het verschil. Type I is 3,3 mm dik en Type II is 5 mm dik. CompactFlashkaarten bevatten geen bewegende delen. Door de gebruikte geheugentechnologie is geen technische spanning nodig om de informatie te behouden.

Compressie

Bij compressie van een digitaal bestand worden gegevens samengepakt om minder opslagruimte in beslag te nemen. Digitale gegevens worden hierbij weggegooid en zijn daarna niet meer terug te halen.

Contrast

Het verschil tussen licht en donker in het beeld.

Cropping

Eén van de meest gebruikte toepassingen bij digitale fotografie. Croppen kun je vergelijken met het afknippen van foto's. Via bijsnijden verander je het formaat van een afbeelding of haal je lege vlakken weg. Foto's zien er dan een stuk professioneler uit.

Diafragma

Een schermpje met verstelbare opening tussen de lens en de sluiter. Via het diaframa valt licht op de CCD-sensor. Hoe groter de opening, hoe meer licht er per tijdseenheid op de CCD valt. De grootte van de opening wordt gemeten in F-getallen (f-stops). Hoe groter het getal, hoe kleiner het diafragma. Elke opeenvolgende f-stop op een camera laat half zoveel licht door.

Digitale fotocamera

De digitale fotocamera is verkrijgbaar als compact en spiegelreflex en onderscheidt zich qua uiterlijk nauwelijks van een normaal fototoestel. Het verschil zit in de camera, waar zich in plaats van een film een beeldchip (CCD, CMOS) bevindt met lichtgevoelige cellen, de pixels. Bij het maken van een opname valt het licht door de lens in bundels op die cellen en ontstaat daar, afhankelijk van de hoeveelheid licht, per pixel een kleinere of grotere elektrische lading. Omdat het gaat om vele honderdduizenden tot meerdere miljoenen cellen, levert dat samen een complex elektrisch signaal op. Dat signaal wordt vertaald in nullen en enen (bits) en opgeslagen in een in- of extern geheugen als digitaal beeldbestand. Het grote voordeel van digitale opnamen is dat ze meteen beschikbaar zijn om via de computer te worden afgedrukt met een (foto)printer. Daarvoor bestaan speciale fotopapiersoorten. Verder kunnen de beelden per e-mail over de hele wereld worden verstuurd. Tenslotte kan digitaal beeld op de computer op allerlei manieren worden bewerkt en gebruikt ter illustratie van zelfgemaakt drukwerk zoals wenskaarten. Bij het fotograferen werkt een digitale camera als een gewoon fototoestel. Scherpstelling en belichting verlopen volautomatisch en de camera's zijn altijd voorzien van een ingebouwde automatische flitser. Bij de compactuitvoeringen is er keuze uit een objectief met een vast brandpunt en een zoomlens; de spiegelreflexmodellen bieden de mogelijkheid van objectief te wisselen. Hoe meer cellen er op een beeldchip aanwezig zijn, des te gedetailleerder een opname wordt weergegeven en hoe groter die kan worden afgedrukt zonder te vervagen. Bij weinig pixels wordt gesproken over een lage resolutie; bij veel pixels over hoge resolutie.

Digitale videocamera

Bij Digital-8 en Digital Video worden het videobeeld en het geluid niet analoog maar digitaal vastgelegd. Van beide wordt vele malen per seconde een digitale code gemaakt, een soort streepjescode, die wordt weggeschreven op respectievelijk een normale Hi8-cassette of een Digital Video Cassette (DVC). Dat levert een superieure kwaliteit van zowel beeld (meer dan 500 beeldlijnen) als geluid op. Deze techniek zorgt ervoor dat de camera nagenoeg volautomatisch zijn werk doet, wat de bediening uiterst makkelijk maakt. Via de fotomodus kunnen met de digitale videocamera ook digitale foto's worden gemaakt. Dankzij het zeer kleine formaat van de DVC is de digitale videocamera erg compact. Dat levert naast veel gebruiksgemak veel meeneemgemak op. Een prettige bijkomstigheid voor videofilmers, die eerder met een Video8- of Hi8-camera werkten, is dat de Digital8-videocamera ook hun oude, analoog opgenomen tapes kan lezen. Bij het monteren kan de digitale camera het analoge videosignaal digitaal afgeven (converter-werking), zodat een volledig digitale, kwalitatief hoogwaardige nieuwe videofilm ontstaat. Ook is het mogelijk aan oude analoge beelden nieuwe digitale effecten toe te voegen.

Digitale zoom

Met een digitale zoom wordt het beeld digitaal uitvergroot. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van het uiteindelijke resultaat.

Dioptrie

De eenheid voor het meten van de kracht van een lens. Dioptrieversnelling of -aanpassing betekent dat de optische zoeker kan worden ingesteld op een andere dan de standaardwaarde. Hierdoor kan iemand die bijziend of verziend is de zoeker gemakkelijker gebruiken. Een lens van 2 dioptrie heeft een brandpuntsafstand van 1/2 x 1 meter = 0,5 meter.

Direct-klaarcamera

De direct-klaarcamera (een vinding van Polaroid) met ingebouwde flitser is er zowel in eenvoudige modellen met vaste lens, als in meer geavanceerde uitvoeringen met zoomobjectief en automatische scherpstelling en belichting. Er wordt gebruik gemaakt van speciaal fotomateriaal dat zichzelf binnen enkele minuten ontwikkelt tot een afdruk. Het voordeel van dit cameratype is dat de afdrukken direct na het fotograferen beschikbaar zijn.

Doorzichtzoeker

Zoeker die schuin boven de lens is geplaatst en die vooral wordt gebruikt bij compactcamera's, directklaarcamera's en camera's voor eenmalig gebruik.

Downloaden

Het ophalen van digitale gegevens vanaf een ander computersysteem.

Downsampling

Het corrigeren van beeld in technische zin door het verhogen of verlagen van de resolutie.

DPI

Het aantal 'Dots (beeldpuntjes) Per Inch' dat een printer op een vierkante inch (2,5 x 2,5 cm) kan afdrukken. Hoe groter het aantal puntjes, hoe kleiner deze puntjes zijn. Dus hoe hoger de DPI-waarde, hoe scherper en duidelijker de printer tekst en afbeeldingen weergeeft.

DPOF

Digital Print Order Format. Een door Kodak, Fuji, Matsushita en Canon ontwikkelde functie die het mogelijk maakt om direct vanuit een camera te printen.

Dye-sublimationprinter

Een specifieke fotoprinter die speciaal voor het afdrukken van foto's ontworpen is. De printer brengt afbeeldingen door middel van warmte-overdracht over op speciaal papier. Daarbij wordt een bijzondere folie met een chemische stof (dye) gebruikt. Die stof werkt als inkt of toner. De printkop is opgebouwd uit warmtegeleidende elementen die elk afzonderlijk een eigen temperatuur kunnen aannemen. Deze verfijnde techniek maakt het mogelijk om beeld zeer gedetailleerd weer te geven, ook de subtiele kleurnuances. De prints evenaren de kwaliteit van normale fotoafdrukken, terwijl er ook een sterke overeenkomst is in de gebruikte printformaten. Er zijn dye-sublimationprinters die rechtstreeks aan een digitale camera kunnen worden gekoppeld, om zonder tussenkomst van de computer beelden af te drukken.

EXIF

Exchangable Image Format is een JPEG-variant waarbij naast het beeld ook andere gegevens bewaard worden, zoals het cameratype, de datum van de opname, diafragma, sluitertijd en zoomfactor.

Filmcassettes

Filmcassettes voor het kleinbeeldsysteem (24 x 36 mm) en voor het Advanced Photo System (APS) zijn er voor het maken van kleurenfoto's, dia's en zwart/witfoto's. De films verschillen in het aantal opnamen dat ermee gemaakt kan worden, in lichtgevoeligheid en in de geschiktheid voor gebruik bij daglicht of kunstlicht.

Filter

Een lensaccessoire die bepaalde componenten uit een lichtspectrum tegenhoudt. In de zwart/witfotografie wordt bijvoorbeeld een geel- of roodfilter (van glas of kunststof) gebruikt voor het onderdrukken van hemelsblauw. Zie meer bij Tips.

FireWire

Voor het snel overdragen van data tussen computers en randapparatuur. Wordt vooral gebruikt voor het overzetten van digitale beelden van een camera naar pc. Ook bekend onder de aanduiding IEE 1394 en iLink.

Fisheye

Een bepaald soort objectief. De beeldhoek van een fisheye is zo groot dat de lens een zeer groot oppervlak bestrijkt maar het beeld vertekend weergeeft, met de bolling van een vissenoog.

Flitser

Tegenwoordig worden flitsers bij nagenoeg elk fototoestel standaard ingebouwd. Het richtgetal geeft de hoeveelheid licht aan die de flitser voortbrengt. De lichtsterkte bepaalt de maximale afstand waarop het onderwerp zich mag bevinden om goed belicht op de foto te staan. Voor fototoestellen die niet voorzien zijn van een flitser zijn er losse flitsers verkrijgbaar, in tal van uitvoeringen.

Geheugenkaart

Het meest gebruikte opslagmedium voor digitale foto-opnamen. Onder verschillende namen verkrijgbaar: Smart Media Card, Compact Flash Card en PC Card. De techniek van de digitale camera bepaalt het type kaart dat erin past. Hoe klein een geheugenkaart ook is, er passen erg veel beelden op. De opslagcapaciteit varieert van groot tot zeer omvangrijk. Het aantal beelden dat op een kaart past is niet alleen afhankelijk van de capaciteit van de kaart, maar ook van de resolutie (aantal pixels per inch) waarin de beelden worden weggeschreven. Hoe lager die resolutie, des te meer beelden er op een kaart kunnen.

GIF

Graphic Interchange Format. Een bestandsformaat voor de opslag van afbeeldingen. Omdat het formaat gebaseerd is op een 8-bitsbeeld, kunnen niet meer dan 256 kleuren worden weergegeven. Daarom is GIF beter geschikt voor eenvoudige afbeeldingen op internet, dan voor echte afdrukken.

Groothoeklens

Een objectief met een grote beeldhoek. Handig als er grote objecten of grote groepen mensen moeten worden gefotografeerd, terwijl de ruimte om afstand te nemen ontbreekt.

Harde las

De meest gebruikte beeldovergang in een videomontage. Er is alleen een knip gemaakt tussen twee frames van een videofragment. In tegenstelling tot een geleidelijke overgang (bijvoorbeeld uitfaden en infaden), springt de video nu hard over naar een nieuw fragment.

Histogram

Een staafdiagram waarmee wordt aangegeven hoeveel pixels van elke licht- of toonwaarde in een opname aanwezig zijn. Zo kun je zien of de lichtverdeling in de opname in orde is.

De verbinding van een Digital8-videocamera met de randapparatuur verloopt via iLink. Daardoor geschiedt de overdracht van de opnamen digitaal, dus nagenoeg zonder kwaliteitsverlies in beeld en geluid.

Inkjet- en bubbeljetprinter

De betere inkjet- en bubbeljetprinters mogen zich op grond van hun mogelijkheden en afdrukkwaliteit afficheren als ware fotoprinters. Hoewel de technologie verschilt maken beide printers gebruik van inktpatronen (cartridges) en kan er zowel in zwart/wit als in kleur worden afgedrukt. Door de printkop met zeer hoge resolutie en de nauwkeurig afgestemde absorptie van de inkt door het papier heeft een print op speciaal fotopapier de kwaliteit van een echte fotoafdruk.

Interpolatie

Methode om met behulp van een algoritme meer beeldpunten te berekenen, zodat het totaal aantal megapixels omhoog kan.

ISO

ISO staat voor International Standards Organization. In de fotografie houdt deze organisatie zich bezig met de waarde van de lichtgevoeligheid van de film.

JPEG

Compressietechniek voor beeldbestanden. Elke keer als je een JPEG-beeld opent en bewerkt, wordt het opnieuw gecomprimeerd en gaat er informatie verloren. Het is beter om te werken in TIFF en het beeld uiteindelijk op te slaan als JPEG.

Kleurdiepte

Kleurdiepte geeft het aantal mogelijke kleuren aan. Dit wordt uitgedrukt in bits. Hoe hoger de kleurdiepte, hoe 'echter' de foto.

Kleurtemperatuur

De kleur van licht in graden Kelvin. De kleurtemperatuur kan gewijzigd worden door filters te gebruiken. Daglicht komt overeen met ongeveer 6500° Kelvin.

Laserprinter

Met de laserprinter, die gebruik maakt van cartridges die niet zijn gevuld met inkt maar met toner, kunnen beelden worden afgedrukt op normaal papier en op speciale film; zowel in zwart/wit als in kleur. De afdrukkwaliteit van de niet voor de professionele markt bestemde apparaten is echter vaak minder dan die van inkjet- en bubbeljetprinters.

LCD

Liquid Crystal Display. Een LCD gebruikt kristallen om een beeld weer te geven. Onder invloed van elektrische spanningen veranderen de kristallen van kleur.

Macrolens

Een objectief bedoeld voor gespecialiseerde fotografie, zoals insecten of kleine bloemen. Met de macrolens kun je heel kleine objecten van zeer dichtbij fotograferen.

Meetzoeker

Zoeker die schuin boven de lens is geplaatst. De scherpstelling van de lens is gekoppeld aan het zoekerbeeld. Deze zoeker wordt vooral toegepast bij compactcamera's met zoomobjectief en bij sommige direct-klaarcamera's.

Megapixels

Een miljoen pixels.

Memory Stick

Een verwisselbaar opslagmedium voor digitale informatie.

Microdrive

De (IBM) Microdrive is een harddisk in Compact Flash type II-uitvoering met een capaciteit van 170 Mb tot 1 Gb. Hiermee kun je honderden foto's opslaan zonder van opslagmedium te hoeven wisselen.

MultiMediaCard

Een bijzonder kleine geheugenkaart ter grootte van een postzegel. De MMC weegt slechts 2 gram.

Objectief

Een ingenieus samenstel van verschillende lenzen. Het objectief vangt lichtstralen op die op het onderwerp van fotografie gericht zijn, bundelt ze en projecteert ze als een haarscherp beeld op de lichtgevoelige film voor de achterwand van de camera. Zie ook fisheye, groothoeklens, standaardlens, telelens en macrolens.

Onderbelichting

Als bij een opname te weinig licht is gebruikt, zijn details lastig te zien. Dit heet onderbelichting.

Optische zoeker

Met een optische zoeker kan direct op beeld de inhoud en de exacte compositie van de foto worden bepaald.

Optische zoom

Hiermee kan door beweegbare lensdelen het te fotograferen onderwerp zonder kwaliteitsverlies dichterbij worden gehaald (verdient veruit de voorkeur boven digitale zoom).

Overbelichting

Als er te veel licht door de lens wordt gelaten, wordt de foto te bleek en zie je te weinig details. De foto is dan overbelicht.

Pan(shot)

Afgeleid van panorama. Een pan is een beweging van links naar rechts (of andersom) met de videocamera tijdens een opname. Hiermee laat je veel van de omgeving zien.

Parallax

Beeldverschuiving. Doordat een optische zoeker en het objectief op enige afstand van elkaar zitten, komen de beelden die ze vormen niet honderd procent overeen.

Pixels

Pixels staat voor Picture Elements, vierkante punten die gezamenlijk het digitale beeld bepalen. Hoe meer pixels, hoe meer detail. Bij minder pixels kun je blokjes in het beeld gaan zien.

Printers

In principe kunnen via elke aan een computer gekoppelde printer met voldoende printerresolutie (uitgedrukt in DPI, dots per inch) beelden worden afgedrukt; naar gelang de mogelijkheden van het apparaat alleen in zwart/wit of zowel in zwart/wit als in kleur. Sterk bepalend voor de kwaliteit van de afdrukken is de resolutie waarin die beelden (direct uit de digitale camera of met tussenkomst van de scanner) via de computer naar de printer worden gestuurd. Druk je af op normaal papier, dan laat de kwaliteit van de prints te wensen over, ook bij een hoge resolutie. Veel briljanter worden ze als er gebruik wordt gemaakt van speciaal fotopapier. Dit is verkrijgbaar in tal van kwaliteiten en uitvoeringen, zoals zijderaster, halfmat en hoogglans. Met behulp van dit speciale papier kunnen op sommige type printers (de speciale fotoprinters) zelfs prints worden gemaakt die in beeldkwaliteit vergelijkbaar zijn met échte fotoafdrukken. Met deze printers is het ook mogelijk beelden af te drukken op bijvoorbeeld zelfklevende papiersoorten, vinyl, transparante folie (voor overheadsheets), kunststof zilverfolie en transfermateriaal. De op dit laatste materiaal afgedrukte beelden kunnen met behulp van een strijkbout worden overgezet op onder meer textiel (bijvoorbeeld T-shirts).

Raw

Een ruw, onbewerkt bestand dat direct afkomstig is van de beeldsensor. Een raw-beeldformaat bevat de informatie zoals die door de CCD-sensor wordt vastgelegd, zonder dat die door de camerasoftware verwerkt is tot een TIFF- of JPEG-bestand.

Resolutie

Het aantal pixels per inch. Hoe hoger de resolutie, hoe beter de technische beeldkwaliteit van de foto-opnamen.

RGB

Rood, groen en blauw. Het standaard kleurenmodel voor digitale afbeeldingen.

Ruis

Vlekjes of sneeuw op een beeldscherm. Ruis kan het gevolg zijn van kleine storingen in een CCD-beeldelement.

Scanners

Wie niet in het bezit is van een digitale fotocamera of videocamera met fotomodus, kan de met een gewoon fototoestel gemaakte opnamen toch in de computer gebruiken. Daartoe moeten die beelden echter eerst worden gedigitaliseerd met behulp van een aan de computer gekoppelde scanner. De beeldkwaliteit van goed gescande foto's en dia's doet niet onder voor die van met een digitale camera gemaakte opnamen. Er zijn twee typen scanners: de vlakbedscanner en de film/diascanner. De vlakbedscanner werkt als volgt: de foto (of een andere afbeelding, zoals een tekening of krantenknipsel) wordt op de glasplaat van de scanner gelegd, die tast het hele oppervlak van het beeld af en zet het om in een digitaal beeldbestand. Met de film/diascanner worden fotonegatieven en dia's vertaald in digitale beeldbestanden. Er zijn aparte scanners voor kleinbeeld-, APS- en rolfilmformaat, maar ook scanners die alle filmformaten aankunnen. Het is mogelijk dat hele filmstroken worden gescand of aparte negatieven en dia's. De hoogte van de bij de meeste scanners in te stellen ingangsresolutie (uitgedrukt in PPI, pixels per inch) en uitgangsresolutie (DPI, dots per inch) waarmee het scanproces plaatsvindt, is bepalend voor de kwaliteit van de digitale beelden. Hoe lager de resolutie, des te minder de kwaliteit; hoe hoger de resolutie, des te beter de kwaliteit, maar ook des te zwaarder en dus trager te verwerken en te verzenden het digitale bestand. Voor lang niet alle gebruikstoepassingen is een hoge resolutie noodzakelijk. Bijvoorbeeld voor beelden bij e-mails die uitsluitend dienen om op het computerscherm te worden bekeken is een lage resolutie voldoende. Voor fotoprints en grafische toepassingen moet de resolutie wel hoog zijn.

Scherptediepte

Soms is alles binnen een beeld (onderwerp, voorgrond, achtergrond) even scherp, soms is alleen het onderwerp scherp en de rest niet. Dat verschil wordt scherptediepte genoemd.

SCSI

Small Computer Systems Interface. Een gestandaardiseerde methode voor het overdragen van gegevens tussen computers en randapparatuur. Vaak gaat het hier om harde schijven of scanners.

Secure Digital (SD)

SD is een speciale versie van de MultiMediaCard. SD maakt gebruik van cryptografie om de data op een geheugenkaart te beveiligen.

Sluiter

Om een goed beeld op film te krijgen moet het negatief slechts korte tijd worden belicht. Daar zorgt de sluiter voor. Meestal biedt de sluiter een keus aan belichtingstijden van 1/1000 tot 1 seconde, plus een B-stand voor opnamen die langere tijd vergen. Er zijn twee typen sluiters: de centraalsluiter die het beeld vanuit het midden belicht en de gordijn- of spleetsluiter die het beeld van links naar rechts belicht.

SmartMedia

SmartMedia-kaartjes worden gebruikt als geheugendrager in digitale camera's en MP3-spelers.

Spiegelreflexcamera

De spiegelreflexcamera is een in technisch opzicht geavanceerd fototoestel dat het beeld rechtstreeks door de lens weergeeft. Dankzij verwisselbare (zoom)objectieven kan volautomatisch of handmatig, zowel dichtbij (macro, groothoek) als ver weg (tele, supertele) worden gefotografeerd. De voordelen van dit cameratype, dat vaak is voorzien van een ingebouwde flitser, zijn de verwisselbaarheid van de objectieven en de keuze tussen volautomatische en handmatige bediening. De gebruiker hoeft niet veel van fotografie te weten om toch prachtige foto's te kunnen maken. Ook aan fotografen die creatievere foto's willen maken biedt de spiegelreflex alle mogelijkheden. Reflexcamera's maken gebruik van een spiegel die het beeld van het objectief naar boven projecteert op een instelglasscherm. Dat bevindt zich op dezelfde afstand van het objectief als de film (of de CCD bij digitale spiegelreflexcamera's). De reflectie door de spiegel draait het beeld opnieuw om, zodat het onderwerp weer met de goede kant naar boven in de zoeker verschijnt. Een prisma boven het scherm lost de links/rechtsverwisseling op. Wat je door de zoeker ziet staat bij de spiegelreflexcamera dus ook precies zo op de foto.

Spiegelreflexzoeker

Deze zoeker wordt gebruikt bij spiegelreflexcamera's en gunt je door de lens een blik op het onderwerp. Dus precies zoals het op de foto komt.

Standaardlens

Het objectief waarmee een camera standaard (bij aankoop) is uitgerust. Tegenwoordig neigt deze lens vanwege het extra bereik steeds meer in de richting van groothoek.

Statief

Een hulpmiddel om, zeker in fysiek moeilijke omstandigheden, onscherpte van je opname door het onverhoeds bewegen van de camera te voorkomen. Er zijn verschillende soorten statieven voor fotografen en videofilmers. Van compacte, lichtgewicht reisstatieven en driepoten voor fotografen tot schouderstatieven en driepoten voor videofilmers.

Telelens

De verrekijkers onder de objectieven. Telelenzen hebben een kleine beeldhoek, maar kunnen dankzij de lange brandpuntsafstand grote afstanden overbruggen. Telelenzen zijn ook erg geschikt voor het maken van close-ups van gezichten, omdat ze het beeld niet of nauwelijks vertekenen. Het nadeel is dat ze groot en zwaar zijn, waardoor de kans op trillingsonscherpte toeneemt.

TIFF

Tagged Image File Format. Dit is een compressietechniek waarbij (in tegenstelling tot JPEG) geen informatie verloren gaat. De beeldkwaliteit wordt niet slechter. Het nadeel is dat TIFF-bestanden bijna tienmaal groter zijn dan JPEG-bestanden.

Tilt(shot)

Een verticale beweging, omhoog of omlaag, met de videocamera tijdens de opname.

Timecode

Tijdcode. Bestaande uit uur, minuut en frame. Met deze gegevens kunnen camera en montagesoftware elke plek van een video-opname lokaliseren.

Transitie

Het overgangseffect tussen twee shots bij een videomontage.

Uploaden

Het versturen van gegevens vanaf een computer naar een ander computersysteem, meestal via een modemverbinding. Digitale foto's kun je uploaden naar de computer van een afdrukcentrale of naar een website.

USB

Universal Serial Bus. Een poort voor pc's voor het uitwisselen van informatie tussen randapparatuur en computer via kabels.

VHS-videocamera

Bij VHS, VHS-Compact en SuperVHS-Compact verloopt het analoog vastleggen van beeld en geluid op dezelfde wijze als bij Video8 en Hi8, alleen wordt hierbij een 1/2-inch brede tape gebruikt. Het beeld en geluid worden analoog geregistreerd met de standaard 240 beeldlijnen. Bij het meest geavanceerde SVHS-C-systeem bedraagt het aantal beeldlijnen 400, wat een haarscherpe beeldkwaliteit garandeert. Bij VHS zit de magneetband in een grote videocassette en bij VHS-C en SVHS-C in een kleinere. In de consumentenmarkt is de grote VHS-camera nagenoeg verdrongen door de veel compactere en lichtere VHS-C- en SVHS-C-varianten. De VHS-camera wordt nog wel professioneel gebruikt, omdat het grote formaat van de band een lange opnametijd mogelijk maakt. VHS-videocamera's zijn in diverse uitvoeringen verkrijgbaar, van eenvoudig tot professioneel. De beginnende videofilmer kan prima zijn hart ophalen met een eenvoudig uitgevoerde VHS-compactcamera. Een in technisch opzicht geavanceerde SVHS-C-camcorder biedt de doorgewinterde videofilmer alle mogelijkheden zich volledig uit te leven in zijn hobby. Een extra voordeel van VHS-videocamera's is dat de opname, al dan niet met een adaptercassette, direct kan worden afgespeeld in elke gewone videorecorder.

Video8-videocamera

Bij Video8 (en Hi8) worden beelden als een videosignaal op een 8 mm brede magneetband geregistreerd. Dit gebeurt volgens een analoog systeem met maximaal 400 beeldlijnen bij het meer geavanceerde Hi8-systeem. Het geluid wordt tevens analoog aan de band toegevoegd. Video8- en Hi8-camera's zijn er in eenvoudige maar ook zeer geavanceerde uitvoeringen. De mogelijkheden verschillen navenant. Video8- en Hi8-camcorders hebben het voordeel dat ze relatief compact van formaat en licht van gewicht zijn. De Video8-camera is in een eenvoudige uitvoering perfect voor de beginnende videofilmer die voor alledaags gebruik goede opnamen wil maken, maar daarbij (nog) geen behoefte heeft aan technische hoogstandjes. De meer geavanceerde Hi8-camera biedt mogelijkheden te over aan degenen die de basisprincipes van het videofilmen onder de knie hebben en meer willen.

Videocamera

De videocamera (ook wel camcorder genoemd) is een samenvoeging van drie apparaten: een camera om het beeld vast te leggen, een microfoon om het geluid op te vangen en een recorder voor het opnemen en weergeven van beeld en geluid. Bij een digitale videocamera worden lichtbundels die door de lens vallen geprojecteerd op één of meer beeldchips (CCD's). Afhankelijk van de intensiteit veroorzaakt het licht daar elektrische ladingen van verschillende zwaarte. Een microprocessor tast die spanningsvariaties via een vast patroon af en registreert ze als videosignaal op een magneetband. Dit gebeurt volgens een bepaald systeem met het daarbij behorende aantal beeldlijnen. Hoe meer lijnen, des te beter de beeldkwaliteit. Via de microfoon wordt het bijbehorende geluid op dezelfde tape aan het beeld toegevoegd. De digitale videocamera heeft de Video8- en VHS-camera in populariteit inmiddels verdrongen. Er zijn twee soorten digitale videocamera's: de een werkt met digitale videocassettes (DVC), de ander met opneembare DVD's.

Videoprinter

Dit apparaat wordt aangesloten tussen de videocamera of videorecorder en de televisie. Als het beeld dat moet worden afgedrukt op het scherm verschijnt, wordt opdracht gegeven het op te slaan in het geheugen van de printer. Na controle of het inderdaad het juiste beeld is, wordt de printopdracht verstrekt en rolt even later de gewenste fotoafdruk uit het apparaat. De videoprinter kan op deze manier elk afzonderlijk shot uit een videofilm als foto afdrukken.

Witbalans

Witbalans compenseert de kleurtemperatuur van de omgeving, zodat kleuren exact worden weergegeven.

Witpunt

Het punt op een gradatiecurve dat overeenkomt met zuiver wit.

XD-Picture Card

Een ultracompacte geheugenkaart.

Zoeker

Het venstertje op de camera waar je doorheen kijkt om te zien wat je fotografeert. Er zijn drie typen zoekers: de doorzichtzoeker, de meetzoeker en de spiegelreflexzoeker.

Zoomlens

Een zoomlens beweegt verschillende lenzenstelsels en kan daarmee de brandpuntsafstand variëren. De minimale en maximale brandpuntsafstand worden aangeduid in millimeters.

Zwartpunt

Het punt op een gradatiecurve dat overeenkomt met zuiver zwart.

Begrippenlijst Online Fotobestel Service Contact Home Begrippenlijst Informatie Bewerk mijn foto - Mijn Elfje